Het antwoord op deze vraag is niet zo eenduidig. Daarom is het belangrijk om op tijd contact op te nemen met je bankkantoor. Met je bankier kan je de pro's en contra's van de verschillende overnameconstructies bespreken en het effect ervan op de overnamefinanciering.
De overnamesom wordt meestal samengesteld uit verschillende geldbronnen: eigen middelen, vreemde middelen (bankkrediet, risicokapitaal,…) en overheidssteun. Maar hoe en in welke verhouding? Daarvoor zijn een aantal elementen essentieel: voldoende eigen middelen, voldoende terugbetalingscapaciteit, de looptijd van de lening en jouw kwaliteiten als bedrijfsleider.
1. VOLDOENDE EIGEN MIDDELEN
Op een balans is het belangrijk een goed evenwicht te hebben tussen eigen en vreemde middelen. Dus moet een overnemer over voldoende eigen middelen beschikken. De middelen voor de terugbetaling van de overname komen best niet volledig uit de overgenomen zaak. De vraag is: wat is voldoende?
Het is niet mogelijk om één algemene regel voor de verhouding eigen middelen/vreemde middelen te gebruiken. Elke overname is anders en heeft specifi eke kenmerken die andere dossiers niét hebben.
Een bruikbare vuistregel is een persoonlijk engagement van de overnemer van 1/3 van de totale prijs. Al kan dit percentage wisselen. Het kan een stuk lager, indien het over een rendabele zaak gaat met een correct gewaardeerde overnameprijs, als de bankier 100% geloof heeft in de nieuwe bedrijfsleiding, er voldoende waarborgen zijn,… Zijn er risicosignalen, is de cashfl ow onstabiel, is er nood aan investeringen in de toekomst,… dan is het wellicht beter dit aandeel te verhogen. Bovendien speelt ook de juiste overnameconstructie een belangrijke rol bij het bepalen van je eigen middelen. Nogmaals een reden om met je bankier of fi nanciële adviseur te spreken. Als de overname door een bestaande vennootschap of door een natuurlijke persoon gebeurt, dan zal de globale inbreng van eigen middelen in het totale overnameproject belangrijk zijn. Gebeurt de overnamefinanciering in een hiervoor speciaal opgerichte holdingvennootschap, dan is het ingebrachte kapitaal (eigen vermogen) cruciaal. Misschien is er zelfs nog aanvullende financiering nodig, bijvoorbeeld onder de vorm van de rekening courant van de bestuurder, waarborgleningen,…
Ten slotte kan je als overnemer ook een beroep doen op andere externe bronnen: overheidssubsidies , maar ook risicokapitaalverstrekkers. Daarbij moet je je wel afvragen welke expertise de durfkapitalist in kwestie kan aanbrengen of op welke sectoren hij vooral mikt. Voor het verkrijgen van bepaalde subsidies is bovendien een minimaal eigen vermogen verplicht.
2. UW TERUGBETALINGSCAPACITEIT
Een krediet moet vanzelfsprekend terugbetaald worden. Tot spijt van wie het benijdt, geldt dat ook bij een overname. Om na de overname niet voor onaangename verrassingen te staan, hou je bij de aanvraag van een overnamekrediet best ook rekening met:
- de invloed van de overname op de (toekomstige) cashflow van de onderneming. Wat zijn de toekomstperspectieven? Heeft de overname effecten op bv. de interne herstructurering, ….?
- het loon dat de vorige zaakvoerder zichzelf toekende in vergelijking met het loon dat jij als overnemer jezelf wil uitkeren.
- eventueel bijkomende investeringslast, zowel op korte als op middellange termijn
- de invloed van bepaalde acties, die gepaard gaan met de overname van het bedrijf: aanzuivering van bestaande rekening courant van de vorige zaakvoerder, uitkering van reserves en dividenden, het afsluiten van een pensioencontract,…
Kortom: hou rekening met alle belangrijke wijzigingen in de kasstromen, zowel negatieve als positieve, en bereken het effect ervan op de terugbetalingscapaciteit van je nieuwe zaak.
3. HOE GOED BENT U ALS BEDRIJFSLEIDER?
Als overnemer moet je jouw bankier ervan kunnen overtuigen - en hem liefst ook aantonen - dat je over de nodige kennis en ervaring beschikt. Jouw strategische visie op het hoe en het waarom van de overname is daarom erg belangrijk in het kredietgesprek met je bankier.
Bij de overname van eenmanszaken of kleine kmo's is dit aspect bovendien nog extra belangrijk: zulke bedrijfjes worden immers vereenzelvigd met de figuur van de zaakvoerder, zijn kwaliteiten en zijn relaties. Vertaald: jij, jouw persoon als overnemer, speelt daarin een belangrijke rol. Neem je daarentegen een grotere onderneming over, dan worden de personeelsleden extra belangrijk. Een overname wordt des te moeilijker een succes indien ze zelf leidt tot het vertrek van belangrijke medewerkers met kernexpertise.
4. DE JUISTE LOOPTIJD VAN JE BANKKREDIET
Hoe bepaal je de looptijd en de manier waarop je het overnamekrediet terugbetaalt? Voor het beantwoorden van die vraag hangt veel af van wat je precies overneemt: een handelszaak of de aandelen ervan.
Bij de financiering van de overname van een aangewezen om het onderscheid te maken tussen materiële activa (gebouwen, machines, materieel,…) en goodwill (reputatie, knowhow, cliënteel,…). Voor elk van hen voorzie je best een aangepaste fi nancieringstermijn.
• Voor gebouwen wordt meestal een termijn van 10 tot 15 jaar gehanteerd, naargelang ouderdom en staat.
• Andere materiële vaste activa fi nancier je volgens hun economische levensduur.
• Voor goodwill ten slotte hanteren de meeste banken een termijn van maximaal 7 jaar.
Ook hier komt het belang van een degelijke - liefst externe - waardering opnieuw naar voor! Je bankier zal bovendien vermijden dat de overnamefinanciering jouw nieuwe exploitatie bovenmatig belast. Zo kan je jezelf en jouw nieuwe zaak eventueel een (her)opstartperiode permitteren.
De financiering van enkele specifieke kenmerken. De normale financieringstermijn is in principe 7 jaar: in die periode moet een overnemer zijn investeringkunnen terugverdienen.
![]() | Wat met de huisvesting?In essentie zijn er twee mogelijkheden. Ofwel is de overlater zelf eigenaar, ofwel niet. 1. DE OVERLATER IS GEEN EIGENAAR |
![]() | Wanneer is de (ver)koop definitief?1. EIGENDOMSOVERDRACHT VAN EEN HANDELSZAAK De verkoop van een handelszaak is een overeenkomst waarbij de eigenaar-verkoper de eigendo... |
![]() | Fusie - economischEconomisch gezien is een fusie het samengaan van twee economische eenheden. In het bedrijfsleven onderscheidt men verschillende vormen: |
![]() | Fusie - juridischEen juridische fusie houdt in dat twee (of meer) rechtspersonen opgaan in één nieuwe rechtspersoon. Bijvoorbeeld met de introductie van de Europese vennootschap is een juridische fusie ... |